Achtergrond

Premisse

Een warme, gezonde sociale omgeving vormt de basis voor een rijk en zinvol leven.

Aanleiding

Sinds een aantal maanden spookt er één thema door mijn hoofd: de heilzame werking van een hechte, warme sociale omgeving. Ik kwam een aantal sprekende voorbeelden tegen, die – voor mij althans volstrekt contra-intuïtief de ogen openden. Zo heb ik altijd gedacht dat gezonde voeding en genoeg beweging de voorwaarden zijn voor een lang en gezond leven. Maar uit onderzoek blijkt dat de waarde van een persoon voor zijn directe sociale omgeving van veel groter belang is. En dat die persoon die waarde ook voelt. ‘Ikigai ’ noemt men dat op Okinawa, waar men met gemak 100 jaar en ouder wordt. De ‘oudjes ’ aldaar doen er nog toe!

Ik dacht altijd dat een heroïne junkie lichamelijk verslaafd was aan dat spul; en dat afkicken een ware hel is. Maar in zijn best-selling boek ‘Chasing The Scream: The First and Last Days of the War on Drugsbeschrijft Johann Hari op overtuigende wijze hoe een heroïneverslaving geen individuele aandoening is, maar een sociale. Zo was 20% van de Amerikaanse militairen ten tijde van de oorlog in Vietnam verslaafd. Het thuisfront vreesde voor een vloedgolf aan junkies, maar na hun ‘tour of duty’ eenmaal terug op vertrouwde bodem, opgenomen in hun vertrouwde, warme sociale omgeving, taalde al snel het merendeel van hen niet meer naar het spul. Hun lichamelijke afhankelijkheid werd genezen door de kracht van hun sociale omgeving.

Nog een voorbeeld. Enkele bewoners van een straat in Nijmegen realiseerden zich dat zij niemand in hun eigen straat kenden. Zij organiseerden een kennismakingsavond en dachten dat er misschien enkele buurtbewoners zouden komen opdagen. Wat schetst hun verbazing? Op die avond is het café waar ze hadden afgesproken, afgeladen vol met buurtgenoten die vrolijk met elkaar verhalen uitwisselden. Allemaal op zoek naar die warme, sociale omgeving.

Wat zouden we allemaal niet kunnen bereiken als wij die kracht kunnen aanboren?

Jack Fila

Achtergrond

Het effect van de steeds verder doordravend individualisering in onze westerse samenleving is beangstigend. In dit systeem wordt iedereen overal persoonlijk verantwoordelijk voor gemaakt. Je kent het  wel, die  vermeende  ‘zelfredzaamheid’  van de  mens.  En  wanneer   sommigen   deze   jachtige samenleving niet meer kunnen bijbenen en uit de boot dreigen te vallen, konden zij vroeger terecht binnen de sociale structuren van het gezin, de familie, de kerk, de wijk, het werk e.d. Maar deze structuren hebben – ieder in méér of mindere mate – hun sociaal bindende kracht verloren, ze kunnen het niet meer aan. Ze zijn niet meer in staat deze uitvallers op een menselijke manier op te vangen. Deze taak is overgegaan naar professionele zorg-organisaties in het sociale domein.

Met de introductie van (semi)commerciële organisaties op het speelveld van sociale relaties, treedt  ook   een  verregaande  professionalisering   en   ‘verwetenschappelijking’   op.  Eén   van   de uitgangspunten daarbij is het concept van  ‘inclusie’,  het ondersteunen  bij  meedoen, of  zoals een brochure van Pluryn het formuleert: ‘mensen ondersteunen bij het ontdekken van eigen talent en kracht, het leveren van hun unieke bijdrage in wijk, buurt, werk etc. En het opbouwen van een  rijk, (zin)vol leven.’ De genoemde organisaties leren de getroffenen een warme, gezonde sociale omgeving op te bouwen, hen te leren dat zij er toe doen. Maar zoals ikigai óók aangeeft, vereist het tevens een eigen, individuele inzet. Het is de eigen zoektocht, met vallen en opstaan, op zoek naar een sociale omgeving waar zij zich geborgen en veilig voelen, waar men zich ten volle kanontplooien.

De verhalen

Ons staat een project voor ogen, bedoeld zowel voor de mensen uit de risicogroepen als voor de zorgprofessionals die deze mensen willen helpen in hun pogingen  weer aansluiting  te vinden  in onze samenleving. Het laat de dagelijkse praktijk zien van het zorg- en welzijnswerk, met al haar kansen en  valkuilen,  succes en  falen,  maar steeds  met  dezelfde centrale  vraag  aan de hoofdpersoon: Wat is jouw Ikigai’?

Gezien worden

‘Gevoel’ dat is de sleutel, en dat is ook de sleutel om mensen weer hun waardigheid terug te geven. En dat is de aller, allereerste belangrijkste stap wil jij cohesie überhaupt in de maatschappij. Kijk iemand in de ogen en laat merken: ik zie jou! Daarna: ik hoor jou. Maar dat zijn allemaal stappen. Maar het begint met: ik zie jou.

Aan het woord is Petra. Petra is een alleenstaande vrouw van eind 30. Na haar opleiding tot verpleegkundige ging zij werken in een regionaal ziekenhuis. Zij verhuisde naar het nabij gelegen stadje, in een nieuwbouwwijk. Echter al direct vanaf het begin ontwikkelde zij eerst vage, later steeds meer concrete lichamelijke klachten. Petra werd bedlegerig en kwam het huis niet meer uit. Ze vereenzaamde. Haar enige contacten waren haar broer, die ieder weekend kwam en de thuishulp. Met de buren had zij geen contact, evenmin als met andere wijkbewoners. Door haar ziekte en doordat zij aan huis was gebonden, ontwikkelde ze ook psychische problemen; angst- en paniekaanvallen. Deze werden zo hevig dat zij hiervoor therapie kreeg.

Door toeval (of was het toen zij met haar broer koffie ging drinken in het gemeenschapshuis?) kwam zij in contact met de  plaatselijke  amateur-toneelvereniging. Toneelspelen was  altijd  al haar hobby geweest en toen deze vereniging  eindelijk  van de  gemeente  een vaste  repetitieruimte  in  het gemeenschapshuis kreeg toegewezen, zochten ze uitbreiding van het gezelschap: een vrijwilliger die voor de kostuums kon zorgen. Aangespoord door haar broer meldde Petra zich aan, ook omdat deze functie voor haar – ondanks haar lichamelijke beperking – te doen was. Een keer per week werd zij dan door iemand van de vereniging met de auto opgehaald, rolstoel achterin en dan naar de repetitie.

Het vrijwilligerswerk deed Petra zichtbaar goed en toen de aanvraag voor een scootmobiel werd gehonoreerd, kreeg  ze  meer en  meer  de mogelijkheid  wat  vaker buitenshuis  te  komen. Wat  ze, schoorvoetend, dan ook deed. Langzaam maar zeker verdwenen haar psychische klachten en ook lichamelijk leek ze er op vooruit te gaan. Enige rancune naar haar buren en andere wijkbewoners was er wel, maar het leek alsof Petra juist hieruit de extra energie putte om  meer voor de buurt te gaan doen. Nu helpt ze mee bij het onderhoud van het parkje in het midden van het dorp; ze is actief betrokken bij de bewonersraad en zo meer. Petra lijkt de missie te hebben opgepakt dat niemand in de positie zal komen die haar is overkomen.

Petra kan een personage zijn in de documentaire ikigai, of de reden om ’s ochtends op te staan. Zij vertelt het verhaal, licht de beelden toe en gaat met mensen in gesprek. Maar het verhaal gaat niet expliciet over haar. Petra is de ervaringsdeskundige die ons – de toeschouwers – meeneemt op het pad van sociale activering, in het spanningsveld tussen burger en overheid.

Abraça-me

2008

Een aantal cliënten van IrisZorg – een zorginstelling voor verslaafden en daklozen – heeft het in hun hoofd gehaald een speelfilm te gaan maken. Ze gaan alles zelf doen: productie, camera, regie, de acteurs. Ook de toenmalige voorzitter van de Raad van Bestuur Don Olthof wordt voor een rol gevraagd: de bad guy.

Don speelt een pusher die zover gaat dat hij zijn dochter gebruikt voor zijn eigen snode plannen. Maar haar broer, komende vanuit een situatie van verslaving, keert zich tegen zijn vader om zijn zus te redden. Destijds had Don Olthof er een hard hoofd in. Zijn ‘klantjes’ zouden de discipline nooit kunnen ontwikkelen om dit grootse filmproject te realiseren. Later moet hij zelf toegeven: “Op de eerste repetitiedag dacht ik ‘die komen nooit op tijd, dus als ik zelf een kwartiertje te laat ben, geeft dat ook weer niet.’ Nou, ik was de laatste. Ze waren allemaal op tijd… behalve ik.”

Anderhalf jaar later zitten 800 mensen geboeid te kijken in concertgebouw De Vereeniging naar de filmpremière van Abraça-me. Die ‘klantjes’ hebben het ‘em dan toch geflikt, Nijmeegse en Arnhemse dak- en thuislozen schitteren in hun eigen speelfilm! Zij hadden een reden om die ochtend op te staan.

Anno 2018, hoe is het met de makers?

Wij zitten samen met Don Olthof en publicist Jos van der Lans op een Nijmeegs terras en bespreken het project ikigai. Het filmproject van IrisZorg Abraça-me komt ter sprake. Don fronst: “De meeste mensen die meegewerkt hebben aan die film, hebben we daarna nooit meer gezien. Wat is er van hen geworden?” Ik probeer de vraag met een wedervraag te beantwoorden: “Hebben zij wellicht hun ikigai, hun reden om ’s ochtends op te staan, gevonden?”

Verdere verhalen

Gerard liep op z’n 16de weg van huis. Hij vond dat zijn moeder, na het overlijden van zijn vader, iets te snel met een nieuw vriendje thuis kwam. Hij is niet meer teruggekomen en zwierf 25 jaar door Nederland. Ook raakte hij aan de drank en drugs. Door een toevallige ontmoeting op Hoog Catharijne in Utrecht wordt hij zich bewust van zijn uitzichtloze situatie. Hij bekeert zich tot het Christendom en hij vat het plan op mede-mensen in zijn situatie te helpen. “Daklozen hebben rust nodig en veranderingen moeten in het eigen tempo gaan. Anders werkt het niet.” En: “Ze hebben allemaal een eigen verhaal en daar moeten we naar luisteren.” Gerard wil zijn eigen daklozen-opvangtehuis beginnen.

Nathalie, een 30 jaar jonge vrouw, is zwaar spastisch en kan niet direct communiceren. Ze heeft 24/7 zorg nodig. Maar tussen de oren is er niets mis met Nathalie. Nu, na steeds onder de hoede van het ouderlijk huis en een zorginstelling geweest te zijn, wil zij zelfstandig gaan wonen. “Ik wil zelf bepalen wie er aan mijn lijf komt.” Maar er zijn obstakels en het begrip ‘inclusie’ heeft ook minder positieve kanten, ervaart Nathalie. Aanpassen aan de regels van de sociale woningbouw, bijvoorbeeld. Maar hoe kun je je omdraaien in het smalle gangetje van een appartement, terwijl je in een grote rolstoel zit?

Anne, een 24-jarige vrouw met PDD-NOS, heeft één obsessie: een reis naar Dachau. Zij is de geallieerde soldaten in de Tweede Wereld Oorlog ziels dankbaar dat zij gewonnen hebben. Want “… als Hitler had gewonnen, dan had hij mensen zoals ik zomaar in een concentratiekamp gestopt en vermoord.” Dan ontmoet ze Margriet, een meisje van 10, met dezelfde obsessie voor WO II. Samen gaan ze naar Dachau.

  • Tot slot

    Henk organiseert een avond-wandeltocht door het oude stadscentrum en De Benedenstad van Nijmegen. Hij doet dit jaarlijks. Ervaring leert hem dat op zo’n initiatief 15 tot 20 deelnemers afkomen. Samen lopen ze dan langs historische panden en door kronkelende steegjes. Henk vertelt er de verhalen bij.

    Op de avond van de tocht loopt Henk naar het afgesproken beginpunt. Wat schetst zijn verbazing als hij meer dan 100 mensen klaar ziet staan, gezellig met elkaar keuvelend, in afwachting van de wandeltocht.

    Deze massale opkomst op zoiets eenvoudigs als een wandeltocht door het historisch hart van Nijmegen zegt iets over de behoefte aan samenzijn, maar ook over het ervaren gebrek er aan in de huidige samenleving. Een antwoord op een doorslaande individualisering in de maatschappij.