Om over na te denken

  • De vraag Wat kan ik voor je doen? wordt Wat kan ik voor je betekenen, vanuit de vakkennis van mijn eigen professionaliteit?
  • Wat doe je als je aan je cliënt vraagt Wat kan ik voor je betekenen? en je krijgt een antwoord dat je niet bevalt?
  • Iemand breekt zijn been. Vraagt de dokter dan: Wat kan ik voor je betekenen?
  • Houdt Wat kan ik voor je betekenen voor de professional in dat hij zich in de relatie tot iedere nieuwe cliënt steeds weer opnieuw moet uitvinden? De weerstanden:
    • Positie binnen het systeem.
    • Bekendheid met de functie.
    • Angst voor de nieuwe rol.
    • Vasthouden aan eigen identiteit.
    • Advies van een arbeidsdeskundige: “Je functie zit niet in een stoel achter een bureau. Zij zit in je hoofd. Speel er mee!”
  • Een warme en zinvolle sociale omgeving is een reden om ’s ochtends op te staan. Het vormt de basis van een rijk en zinvol leven.
  • Je staat ‘s ochtends op als je perspectief hebt; in de hulpsituatie betekent dat perspectief hebben op de juiste hulpverlening.
  • Leidt autonomie en zelfregie tot een ander ‘ikigai’? Oftewel: hoe verandert het ‘ikigai’ onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen? “Wat veranderde er met jouw ikigai toen jij in plaats van 10 uur hulp, ineens maar 5 uur hulp kreeg?”
  • Zorg- en welzijnsorganisaties kantelen. Kantelt de cliënt mee?
  • Transparantie wil zeggen dat je zélf moet denken. De vraag om transparantie is een teken van wantrouwen.
  • Is niet willen ook willen?
  • Is een betekenisvol leven uiteindelijk niet erg saai?
  • Zingeving vóóronderstelt niet zozeer reflectie, maar eerder de wil, het vermogen en de gelegenheid tot reflectie.
  • Vier stappen van zingeving:
    • Erbij horen.
    • Een bijdrage leveren.
    • Jouw verhaal vertellen.
    • Boven het alledaagse uit stijgen.
  • Levenskunst volgend de Oude Grieken (en Michel Foucaullt):
    • Ken jezelf.
    • Ken de omstandigheden waarin jij je bevindt.
    • Ken waar je naartoe wilt.